Monera Carkos Vlado
"Schuilplaats voor de wereld van buiten"
Keizerrijk
Monera Carkos Vlado
De wereld van Gerard van Lankveld
Gerard van Lankveld heeft om zich heen een eigen wereld geschapen, kleurrijk en fantasievol, fysiek begrensd tot zijn huis en hof, maar daar overheen uitreikend tot de grenzen van de verbeelding. Het is een wereld even reëel en divers als de onze, met voertuigen, communicatiemiddelen, gedenktekens, instrumenten, klokken, sierraden, geldmiddelen, kunstobjecten, een wereld die zijn eigen geschiedenis schrijft naar een symbolische tijdrekening vanaf het jaar waarin zijn schepping gestalte kreeg. Wat is begonnen als een tegenwereld, waarin hij zich afzette tegen onbegrip en miskenning in zijn jeugd, is uitgegroeid tot een parallelle wereld van een oorspronkelijke kunstzinnige verbeelding. Daarin beleeft hij een werkelijkheid voorbij de eenvormige nuchtere zakelijkheid, het rechttoe-rechtaan denken, de fantasieloze reproductie, de saaiheid van het alledaagse in het huisje-boompje-beestje. Hij toont ons een spiegelbeeldige wereld waarin het goed toeven is, waarover een zweem van vroeger hangt, waarin betovering en liefdevol vakmanschap een contrapunt vormen in onze groei naar rationaliteit en functionaliteit.
Zijn anderszijn ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten en zijn omgeving bestempelde Gerard van Lankveld tot een ‘outsider’, afgewezen, aan spotternij en pestgedrag overgeleverd. Goedbedoelde bemoeienissen om hem een plaats te geven in het reguliere arbeidsbestel brachten hem niet dichter bij de zelfontplooiing en erkenning waarom hij vroeg. Hij verweerde zich met het scheppen van een eigen wereld, niet als een vlucht naar binnen, maar als uitdaging waarin hij zich de meerdere kon tonen. Hij bond de strijd aan tegen een zelfgenoegzame ‘buitenwereld’ die hem dwong tot aanpassing aan waarden, wetten en regels waarnaar hij zich niet kon en niet wilde voegen. Zijn persoonlijke strijd evolueerde in de strijd tegen het systeem. In een beschouwing achteraf legt hij het begin in het jaar 1962, welluidend geduid als ‘Anno Preludium’, het jaar van het voorspel.
In 1968, het jaar van de Hoop (‘Anno Spes’) verrijkte Gerard zijn staat met een vlag in drie kleuren: groen voor de vrede, rood voor de strijd en wit voor de hoop, bekroond met een lauwerkrans als teken van overwinning. Meer en meer neemt de eigen staat een duidelijk herkenbare identiteit aan. In 1976 kreeg zij ook een eigen naam, Monera. Niet alleen in zijn objecten, ook in de bewoording openbaart zich zijn oorspronkelijke creatieve geest. Deze taligheid maakt zijn wereldontwerp tot een totaalontwerp. De naam ‘Monera’ staat voor een combinatie van belevenissen en betekenissen, verwijzend naar Moira, de Griekse godin van het noodlot, “het noodlot heeft mij geroepen de staat uit te roepen”; naar ‘moneron’, wat enkeling betekent, “ik heb de strijd alleen gevoerd”; en tenslotte ‘monere’, wat zoveel betekent als attenderen, “aanwezig zijn om in de weg te liggen”. Zijn strijd tegen de gemeente werd in 1979 beslecht, wat de jaarspreuk opleverde ‘de adelaar heeft zich van de slang ontdaan’, naar het Latijn vertaald in ‘Aquila te liberet, de serpente emerget’. De vrede tussen de twee rijken wordt gesymboliseerd met een kleine obelisk aan de poort van zijn hof. Sedert 1995 draagt zijn staat de volledige naam ‘Monera Carkos Vlado’, waarvan de tweede term duidt op ‘keizer’ en de laatste op ‘macht’, een vorm van regeren. Gerard is keizer in een zelfgeschapen wereld. Het is voor hem een doorleefde en gespeelde werkelijkheid.
De strijd is geluwd, erkenning en waardering zijn hem ten deel gevallen. Een reeks van kleinere tentoonstellingen sloot in 2005 af met een grote overzichtstentoonstelling in het museum voor outsiderkunst in Gent (BeIgië), Museum Dr. Guislain. Daarop volgde in 2008 een eervolle presentatie in het Deutsches Architekturmuseum in Frankfurt, met als thema ‘Heterotopia’. Zijn werken mochten zich onder andere meten met de internationaal bekende Willem van Genk. In 2008 werd aan de toegang tot het dorp Gemert een monumentale poort onthuld, waarvoor de gemeente opdracht had verleend en zijn ontwerp door een jury uit vier inzendingen als het meeste fantasierijke was uitgekozen. De kleurrijke metalen poort, 10,5 meter hoog, 6 meter breed en ruim 12 ton zwaar draagt de lichtvoetige naam ‘Klaïda’. Voor Gerard is de gekozen naam een associatieve verwijzing naar openheid en geslotenheid en de klankvolle uitdrukking van gratie. Het is een folly, door een overheid gewild. Onlangs verleende baggermaatschappij J. de Nul uit Aalst, betrokken bij de aanleg van het Palmeiland in Dubai, hem de opdracht tot het maken van een baggerboot.
De denkbeeldige werkelijkheid waarnaar Gerard ontsnapte aan de als vijandig ervaren druk uit de omgeving is in voortdurende bron van groei en rijping omgebogen. Het anderszijn is gebleven, als in een opdracht aan hemzelf gaat het scheppende proces voort.
Ton Thelen



